25 oktober 2010
- Door Herman Nijman- De verhoudingen in het vaderlandse vrouwenhandbal blijven ongewijzigd. Mizu WaAi/Dalfsen heeft weinig in te brengen tegen VOC. Het pak slaag is net zo groot als voor de zomer, tien goals is het verschil (34-24). De klap komt wel harder aan bij Dalfsen, dat zich veel meer had voorgesteld van de eerste krachtmeting met de kampioen en favoriet. Richard Kuijer, de coach, ziet vijf beroerde minuten van zijn team, net na de rust. „Dat kun je je niet veroorloven tegen deze ploeg. Je moet als collectief zestig minuten top spelen, anders lukt het niet.” Van 14-12 springt de teller na zes mislukte aanvallen naar 19-12. Het is meteen einde wedstrijd.
Slimmer en gehaaider
Wendy Smits heeft het hele weekeinde de smoor in van de afgetekende nederlaag. „Dit was voor ons de eerste graadmeter, we hadden er met zijn allen meer van verwacht. VOC is nog altijd breder, en ook beter.” De fatale vijf minuten kan Smits niet direct verklaren. Kuijer en René Cloo zullen in de kleedkamer niet hebben gezegd dat Dalfsen het kalmpjes aan kan doen in de tweede helft. „De scherpte was er niet, het was vijf minuten niets.” Kuijer neemt termen als ‘statisch’ en ‘mat’ in de mond om het spel van Dalfsen te omschrijven. Zijn team mist klootzakken in de goede zin des woords. Teveel vrouwen gaan als ideale schoondochter door het leven. „VOC is ook slimmer en gehaaider”, stelt Kuijer. Geregeld valt een Amsterdamse speelster kermend en met gevoel voor theater om na een duel. Dan is er even tijd om te rusten, de boel opnieuw neer te zetten. Het past bij tophandbal, het tekent de wil om te winnen.
Smits en Kuijer beseffen dat Dalfsen de lakmoesproef niet heeft doorstaan. Ook omdat de topper van de eredivisie voor Dalfsen de eerste zware wedstrijd is, terwijl VOC in Europees verband al een paar potjes op het scherpst van de snede heeft gespeeld. „Ik had liever ook nu al een paar duels in Europa gehad”, zegt Kuijer. Zijn team is in de Challenge Cup direct geplaatst voor de achtste finale en leert pas in februari de kracht van buitenlandse teams kennen. „We moesten er nu ineens staan. Heb je meer van dit soort wedstrijden gespeeld, dan weet je ook meer van je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden”, constateert Smits droog. Waar VOC naast de sterke Silvia Hofman (teruggekeerd uit de Bundesliga) een hele batterij aan scorende speelsters heeft, is Dalfsen te afhankelijk van Smits, die tien keer scoort.
Omdat de eredivisie dit seizoen geen play-offs kent, tellen de verliespunten tot het einde van de competitie door. „In theorie mogen we nu geen punten meer morsen, want ik denk niet dat VOC in deze competitie veel zal verspelen”, denkt Kuijer.
Smits leeft ook niet met de gedachte dat Dalfsen snel een kans krijgt om de opgelopen schade te herstellen. „We kunnen deze punten pas weer terugpakken als VOC naar Dalfsen komt. Dat is ver weg.” Precies, de return is pas op 13 maart.
VOC is meer dan alleen Silvia Hofman. VOC heeft diverse speelsters naar Duitsland zien vertrekken, maar Silvia Hofman keerde vanuit Halle-Neustadt terug in de eredivisie en zij was met tien doelpunten de opvallendste speelster bij de kampioen. Voor doelpunten was VOC echter niet afhankelijk van Hofman. Ook Estevana Polman - in de zomer begeerd door Dalfsen - en Michelle Goos waren met zeven doelpunten dominant aanwezig.
