Nederlaag in Nimes is te harden

14 februari 2011

-door Herman Nijman - Voor de uitwedstrijd tegen Cercle Nîmes is door de fans een spandoek in elkaar gefietst dat getuigt van realiteitszin.

 Beeld: Fabrice FOURES/WORLD PICTURES Beeld: Fabrice FOURES/WORLD PICTURES

Er wordt gesproken over David tegen Goliath en daar is ook in de tweede ontmoeting tussen de ploegen sprake van. Al doet de kopie van de uitslag in de eerste wedstrijd (27-19, acht goals verschil) iets minder pijn dan het origineel van een week geleden.

Een Calimero-complex is niet eens nodig om te constateren dat Dalfsen en Nîmes teams van verschillende grootheden zijn. Het is zes uur trainen tegenover twaalf uur trainen, goedwillende amateurs tegenover profs, een budget van Nimes welke ruim 10x zo hoog is als die van Dalfsen. "Dit zijn wel leermomenten", zegt Fabienne Logtenberg met de voor haar herkenbare nuchterheid na het tweede forse verlies. "Het gevoel is niet eens zo slecht. Vorige week waren we heel snel kansloos, nu ging het langer goed. Maar de fysieke verschillen zijn toch wel enorm. Je wordt in een-op-een acties soms echt overlopen."

Coach Richard Kuijer probeert in het zuiden van Frankrijk de schade te beperken met een andere opstelling en een andere instelling. De nadruk ligt op de defensie, waar vorige week open huis is gehouden. Het betekent dat Dalfsen de strijd op de cirkel moet aangaan. De gevolgen zijn snel duidelijk. Logtenberg en Smits klappen tegen de vloer. Zo rent Hans Mentink, de medische man, alleen al in het eerste kwartier een keer of vijf het veld in. Het is niet dat de Francaises een kop groter zijn, ze zijn wel krachtiger en bikkelhard. Dat lijkt de enige strijdwijze om in Europa de kop boven water te houden.

De verdediging bevalt Kuijer in de eerste helft goed. Omdat keepster Annick Lipman zich ontpopt tot de beste speelster van Dalfsen - ze keert alleen al drie strafworpen - is er tot de voorlaatste minuut van de eerste helft nauwelijks verschil tussen de teams. Als het gaspedaal eenmaal is ingetrapt, maakt Nîmes razendsnel een einde aan de spanning, voor zover die er nog is. 

Dalfsen is even flink de draad kwijt en dat wordt vlot afgestraft. Vlak voor en vlak na rust zorgen zeven treffers op rij voor een 17-10 stand. Einde oefening.

Dat heeft voor Charlaine Logtenberg zo zijn voordelen. De jongeling mag van Kuijer ruim twintig minuten ervaren wat het is, Europees tophandbal. De opbouwspeelster gooit in de lijn van haar teamgenoten een paar ballen onnozel in de handen van de vijand, maar Logtenberg bijt wel van zich af. Het leidt tot een doelpunt en een rake strafworp. "Ik kom erin op een moment dat we niet meer kunnen winnen. Maar het is voor mij de eerste keer in Europa, dan geniet je er wel van. En dat je onderweg een paar klappen krijgt en met blauwe plekken van het veld komt, weet je van te voren. Dit is ander handbal dan de eredivisie."

De conclusie van Kuijer na het korte avontuurtje over de grens is ook helder. "We zijn met de neus op de feiten gedrukt, voor dit soort wedstrijden komen we op dit moment gewoon kwaliteit en spierkracht tekort." De vraag mag gesteld worden of de Nederlandse teams in Europa wel enig perspectief hebben. De Franse club wordt ruimhartig gesteund door gemeente en arrondissement, die tonnen investeren in de regionale topsport. In de hal en het voetbalstadion van buurman Olympique Nîmes zijn de meeste reclame-uitingen ook van overheidsinstanties. "Als de gemeente Dalfsen met anderhalve ton over de brug komt, word je kampioen van Nederland", grijnst Kuijer, in de wetenschap dat het in Dalfsen helaas zo niet werkt.